Geneeskunde op dood spoor!

0
590

Het roer moet om in de geneeskunde

De geneeskunde zit op een dood spoor. Nooit eerder kwamen zo weinig nieuwe geneesmiddelen beschikbaar voor de patiënt. Dat komt omdat we nog steeds slaaf zijn van onze oude holengenen. Die holengenen waren uitstekend toen we nog in de holen leefden. Je hoort een holenbeer, je roept je maten bijeen en knuppelt de gevaarling uit je hol. Maar ziekten zijn geen holenberen. En holengenen helpen niet om tot een simpele oplossing te komen. We moeten Ieren denken in netwerken.

Eerst iets over hoe we vandaag de dag in de geneeskunde menen nieuwe geneesmiddelen te moeten maken. Overigens, ‘Geneeskunde op dood spoor’ is de titel van een boek uit 1972 van Dr. Hugo Verbrugh, bekend arts en filosoof.

Een farmaceutische industrie maakt met behulp van chemici duizenden chemische moleculen. In het laboratorium beschikt men over vele testsystemen waarmee je kunt kijken of een molecuul een belangrijke biologische werking heeft. Veel van die testsystemen bestaan uit slimme constructies met zogenaamde receptoren. Doordat de systemen gekoppeld zijn, kun je in korte tijd veel testen, dat heet high throughput screening.

‘…nadenken of het ook anders kan.’

In die testsystemen worden moleculen getest op hun activi­teit. Veel en snel. Met geluk vang je op elke 1.000 -10.000 mo­leculen één bijzonder actieve, een zogenaamde lead. Daarmee knutselen chemici verder, totdat het molecuul nog meer bindt aan een bepaald systeem met een receptor, lead optimization genoemd. Dat molecuul is dus meestal geheel synthetisch. Uiteindelijk heb je een molecuul met een zogenaamde hoge affiniteit voor een bepaald testsysteem. Dat wil zeggen dat het molecuul goed bindt aan de receptor in dat testsysteem. Dan wil men dat het molecuul activiteit heeft in het nanobereik, in nanoconcentraties. Dus dat een enorm kleine hoeveelheid nodig is om de receptor in het systeem te activeren.

Het nieuwe middel met nanoactiviteit wordt daarna verder ge­test op zuiverheid. Beïnvloedt het daadwerkelijk maar één re­ceptor? Anders is er namelijk sprake van zogeheten dirty drugs. Dat willen we niet. Vervolgens hebben we een nieuw molecuul met nanoactiviteit dat aan een receptor bindt. Tevredenheid!

Nu een ziekte zoeken waar dat molecuul bij past. Bij welke ziekte speelt die receptor een rol? Gelukkig vinden we een ziekte, bijvoorbeeld angststoornissen. Daarbij spelen heel specifieke receptoren een rol, zoals de serotonerge 5HT-1A receptor.

De stof wordt getest bij heel veel angstige patiënten en zijn inmid­dels bijna een investering van 300 miljoen euro verder. Helaas, uiteindelijk blijkt de stof slechts een heel klein beetje te werken….. Angst is toch meer dan een vergissing via de 5HT­1A receptor.

Deze monocausale denkwijze wordt veroorzaakt door het holengen. Ziekte, receptor, molecuul (geluid, beer, knuppel). We kunnen de beer wel het hol uit jagen met de knuppel, maar de angst niet uit ons lijf met de 5-HT1A receptor-agonist, zoals een dergelijk molecuul genoemd wordt.

‘…zijn er wel degelijk enkele visionairs’

Ziekten zijn ontspoorde biologische systemen, systemen die uit balans zijn. Dat komt niet door een geïsoleerde oorzaak die je met een geïsoleerd middel kunt behandelen. Dat we dat nog steeds geloven is op zich al te bizar voor woorden. Depressies, hop een molecuultje erin, weg depressie.

Na 30 jaar antidepressiva zien nu ook de wetenschappers dat de werking van de meeste van deze middelen vaak vrijwel af­wezig is.

Leer van de ecologie

Binnen de ecologie, de tak in de biologie die de samenhang van alle levende wezens bekijkt, begrijpen we dat elk levend wezen samenhangt met een gigantisch netwerk van andere levende wezens. Als je een wezen uit een netwerk haalt, haal je het hele netwerk overhoop. En als je een nieuwe soort intro­duceert in een samenleving, een biotoop, kan de hele biotoop verknald worden. Daar hebben we vele voorbeelden van ge­zien. We gooiden victoriabaars in het meer om meer te kunnen vissen. Die at echter het hele meer leeg en honderden soorten vis verdwenen……… Lekker zo’n baars.

Voor het ontwikkelen van geneesmiddelen geldt hetzelfde, met een simpel middel komen we er niet, het leven is een netwerk van met elkaar samenhangende functies. We moeten slimmer worden in hoe we behandelen!

Innovatie: de werkelijke vernieuwing in de geneeskunde

Binnen de geneeskunde zijn er wel degelijk enkele visionairs geweest die dit al inzagen. In 1986 gaf professor Erminio Costa, een wereldberoemd neuroloog, een belangrijke lezing in Washington, met als titel ‘to follow where nature leads’. Costa sprak met grote visie over hoe de natuur zelf onze onderwijzer kan zijn bij het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen. Het idee is dat de natuur een hele serie moleculen biedt, die van huis uit de balans in ontwrichte biologische systemen kunnen herstellen. Stoffen die ons lichaam zelf maakt, met door de natuur uitgerijpte werkingsmechanismen. Daar is het laboratorium van de natuur vele miljoenen jaren voor gebruikt. Wat wij denken te doen in 10 jaar. Precies deze focus en de aanwijzingen van professor

Costa leidden ertoe om het in ons lijf voorkomende en modulerende molecuul palmitoylethanolamide te verwerken tot een nuttige stof voor pijnstilling en ontstekingsremming. Daar­naast werkt palmitoylethanolamide op veel verschillende niveaus, klassiek voor een natuurlijk middel, terwijl een receptormiddel uit de industrie maar op één niveau aangrijpt. Terwijl palmitoyletha­nolamide modulerend werkt, werken de meeste industriemidde­len anti. Ze remmen een receptor of enzymsysteem met nano­kracht, wat leidt tot veel meer bijwerkingen, omdat ze de receptor of het enzymsysteem in het hele lijf platleggen.

Palmitoylethanolamide

Palmitoylethanolamide moduleert en zodra er te veel van is, wordt het opgenomen door afbraaksystemen die voor dit mid­del in ons lijf al miljoenen jaren aanwezig zijn. De kunst van de nieuwe innovatieve geneeskunde is moleculen te zoeken die, in het lichaam gebracht, een natuurlijke werking ontplooien en balans brengen. Meestal, gezien de complexiteit van de ba­lansverstoring, moet een combinatie van middelen gevonden worden. Ondersteuning op meerdere plekken van een systeem dat uit balans is, vergroot de kans op natuurlijk herstel. Inmiddels richten enkele organisaties zich op de innovatieve behandeling van aandoeningen, via het netwerkidee van de ecologie.

Het idee is synergie. Eén en één is drie. Een voorbeeld illu­streert het bovenstaande. Bij chronische pijnen bij suikerziekte zijn meerdere systemen ontregeld. Bijvoorbeeld het glia-systeem, het noradrenerge sy­steem, het GABA-erge systeem en het ontstekingssysteem. Door te zoeken naar methoden om deze systemen in balans te brengen kunnen nieuwe, innovatieve, balansherstellende com­binaties ontstaan. Als je op meer niveaus van de ziekte balans brengt, kunnen de doseringen van de verschillende middelen lager gekozen worden dan normaal, met als gevolg minder bijwerkingen. Veel aandoeningen zijn moeilijk behandelbaar met de regu­liere middelen, omdat die vaak veel bijwerkingen hebben. Met natuurlijke substanties is dit probleem beter oplosbaar. Denk aan melatonine en palmitoylethanolamide, beide lichaams­eigen stoffen met vrijwel geen bijwerkingen en een goede verdraagzaamheid. Zulke stoffen, zelfstandig of in combinaties ingezet als supple­menten, of toegevoegd aan formuleringen van reguliere mid­delen, kunnen een betere effectiviteit bewerkstellingen en/of een betere verdraagbaarheid.

Voor pijnstilling en ontstekingsremming verkiezen de meeste patiënten:

  • de in Nederland geproduceerde PEA-capsules van Russell
  • de in Italië geproduceerde PEA-tabletten van Epitech
DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER