Hernia pijnen en de geschiedenis van de ischias; alsmede het gebruik van PEA

0
400

Ontstaan van inzichten in de chronische en acute pijn bij hernia, de beklemming van de nervus ischiadicus en de rol van het EMG, deel 1: inzicht in pijnen door zenuwbeklemming.

Prof. dr. D. van der Most van Spijk (1920 – 2009) was hoogleraar te Utrecht met als leeropdracht de elektro-neurologie, in het bijzonder de pathofysiologie van neuro-musculair aandoeningen. Zijn proefschrift had als titel: Ischias. Klinische en electromyografische aspecten. Zijn Promotor was de bekende Nederlandse hoogleraar Prof. dr. W.G. Sillevis Smit, voorkoper van Prof. dr. A. Kemp (1911 – 2003) en Professor J. van Gijn in Utrecht.

Natuurlijke behandeling tegen ischias met PEA

Het boeiende is dat sinds het begin van deze eeuw er een natuurlijke behandeling mogelijk is van de ischias pijn, met het supplement palmitoylethanolamide, bekend onder de naam PeaPlex. Dit supplement beschermt de zenuwen en steunt herstel, terwijl het pijn verminderen kan. Vele patienten met hernia pijn varen er wel bij.

Voor pijnstilling en ontstekingsremming verkiezen de meeste patiënten:

  • de in Nederland geproduceerde PEA-capsules van Russell
  • de in Italië geproduceerde PEA-tabletten van Epitech

Inzicht ontstaat in pijn door zenuwbeklemming van de nervus ischiadicus

De conceptie, dat allerlei pijnlijke toestanden laag in de rug, de heupen en de benen hun oorzaak vinden in aandoeningen van de n. ischiadicus danken wij aan Cotugno, die in 1764 een beschrijving van deze aandoeningen gaf en een onderscheid maakte tussen ischias arthritica en ischias nervosa. Vermoedelijk was het syndroom, waarover Cotugno schreef, echter al in 1658 bekend aan Riolan, een auteur, die door Cotugno wordt aangehaald en die een ischias notha van een ischias vera onderscheidde. De ischias arthritica, overeenkomend met deze ischias vera, werd door Cotugno toegeschreven aan een aandoening van het heupgewricht. De ischias nervosa was volgens hem het gevolg van een ontsteking van de nervus ischiadicus. Door het oedeem, dat hierbij ontstond, zou de zenuwschede gerekt en de zenuw gecomprimeerd worden. In de twee eeuwen, die volgden op Cotugno’s werk, hebben vele generaties van onderzoekers er naar gestreefd meer klaarheid in de genese van dit symptomencomplex te brengen. Aan de vele publicaties, die aan dit onderwerp werden gewijd, zullen wij met grote schreden voorbijgaan. Wij zullen slechts stilstaan bij die publicaties, die een nieuwe opvatting ten aanzien van de aetiologie van de ischias re- presenteren.

Terwijl Lasègue (1864) vasthield aan de conceptie van Cotugno, volgens welke de aandoening op een ziekte van de zenuw berustte, meende Valleix (1841) met een functionele stoornis (neuralgie) van de zenuw te doen te hebben. De eersten, die op grond van de uitbreiding der sensibiliteitsstoornissen tot een meer circumscripte localisatie van de ontsteking kwamen, waren Lortat-Jacob en Sabaréanu (1904). Zij meenden, dat de ischias in bepaalde gevallen door een luetische wortel- ontsteking werd veroorzaakt. Enige Franse onderzoekers, waaronder Sicard, trachtten door nog nauwkeuriger afgrenzing van de plaats der ontsteking een verklaring te vinden voor de verschillende verschijningsvormen van de ischias. Zo onderscheidde Sicard een radiculitis, ganglionitis, plexitis, funiculitis en neuritis. Het meest voorkomende type van ischias werd volgens deze schrijver veroorzaakt door een funiculitis van L3, L4, L5 en S1. De funiculitis van L2, L3 en L4 zou zich daarentegen in het klinische beeld van de lumbago manifesteren. Toen men eenmaal oog gekregen had voor een mogelijk radiculaire genese van de ischias, was de tijd rijp om afwijkingen van de tussenwervelschijf waren immers geenszins onbekend. Vooral bij obducties waren verscheidene onderzoekers op dergelijke afwijkingen gestuit. In 1838 had Key reeds een uitstulping van de discus tussen de 11de en 12de borstwervel beschreven. In 1858 vermeldde Luschka soortgelijke vondsten. In latere mededelingen werden de afwijkingen ter hoogte van de tussenwervelschijf meestal als tumoren (chondromen of fibrochondromen) beschreven (Oppenheim en Krause, 1909).

 

 

 

 

 

 

 

Prof. dr. D. van der Most van Spijk (1920 – 2009)

Aanbeveling voor de keuze van een PEA product

Experts en artsen adviseren PEA capsules, die zowel langdurig onder leiding van artsen onderzocht zijn naar veiligheid en werkzaamheid als waarvan aangetoond is dat ze na inname de meetbare hoeveelheid PEA in het bloed verhogen, dit geldt vooralsnog uitsluitend voor PEA producten die gepatenteerde micro-PEA bevatten.

Gepatenteerde micro-PEA zit in de in Nederland geproduceerde PEA capsules, die het PEA-opt keurmerk dragen, en in de Italiaanse PEA tabletten die PEA-um of PEA-m bevatten.

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER