Het ontstaan van de membraanpotentiaal

0
85
pijn verminderen

Het ontstaan van de membraanpotentiaal

De membraanpotentiaal is het voltage over de membraan van de zenuwcel heen. De membraampotentiaal is dus afhankelijk van de aanwezigheid van al die deeltjes en pompen.

De negatieve membraanpotentiaal in rust, als de cel niets doet, ontstaat door de passieve ionenstromen. Ook door de werking van de natrium-kaliumpomp die dus netto tot minder positieve lading in de zenuwcel leidt.

Depolarisatie van de zenuwcel

Een onderdeel van die iokanalen, het natriumkanaal, is belangrijk voor de zogenaamde depolarisatie van de zenuwcel. Deze kanalen zijn te vinden in het kale deel van de vezel, in de knoop van Ranvier. Als de zenuwcel geactiveerd is ontstaat over het celmembraan een zogenaamde depolariserende impuls. Die impuls leidt tot het open gaan van de natriumkanalen bij de knoop van Ranvier.

Zenuwcellen geleiden snel door myeline

De natriumkanalen openen zich en dan stromen de positief geladen natriumionen de cel in. Het gevolg is verdere depolarisatie en verdere opening van de natriumkanalen. Dit zichzelf versterkende proces is de zogenaamde actiepotentiaal.

Snel springen, een condensatortruc

Nu krijgen we de grote truc waarom onze zenuwcellen zo snel kunnen geleiden als ze door myeline bedekt zijn, behalve dan bij die knopen van Ranvier.

Het naar binnen stromen van natriumionen veroorzaakt namelijk ook een passieve stroom van natriumionen, om het myelinesegment van 1 mm heen, buiten de cel naar de volgende knoop van Ranvier. Dit is net een soort condensatorstroom en heet de zogenaamde “capacitatiev” stroom. Daardoor ontstaan stromingen van geladen deeltjes, die we niet allemaal hier uitschrijven, en het netto resultaat is een sprongsgewijze verplaatsing van elektriciteit van knoop tot knoop, Op die wijze gaat de actiepotentiaal al springend, via de capacitatieve stroom, snel van hersenen naar de grote teen!

Met een mooi wordt heet deze geleiding de “saltatoire voortgeleiding” van de zenuwimpuls. Door die sprongsgewijze geleiding kost het vrijwel geen tijd voor de actiepotentiaal om van hoofd naar teen te gaan. De tijd daarvoor wordt bepaald door de tijd die nodig is om een actiepotentiaal te laten ontstaan, en vrijwel niet door de zeer korte tijd benodigd voor de stroom tussen de twee knopen van Ranvier. Want dat is de vliegensvlugge condensatorachtige stroom.

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER