Wat is een gemyeliniseerde zenuwvezel nu precies?

0
235
pijn verminderen

Wat is een gemyeliniseerde zenuwvezel nu precies?

Een gemyeliniseerde zenuwvezel wordt “axon” genoemd. De bescherming van de zenuwvezel vindt plaats doordat de zenuwvezel is omgeven door hulsjes met een vettig eiwit’; myeline genaamd. Deze hulsjes zijn de zogenaamde myelinesegmenten. Die segmenten zijn ongeveer 1 mm lang. De zenuwvezel van het ruggenmerg naar de grote teen zal dus ongeveer 1000 van die hulsjes bevatten.
Ieder van die hulsjes, myelinesegmenten, is ontstaan uit een speciale niet-zenuwcel die de Schwann-cel heet. Deze cel richt zich helemaal op zenuwvezels in zijn directe omgeving. Zodra hij in contact komt met een zenuwvezel, gaat hij zich daaromheen slingeren en nogmaals en nogmaals, tot hij honderden keren eromheen gewikkeld ligt.

De knoop van Ranvier, de deeltjes en de stromingen ervan

Tussen die hulsjes is een klein stukje van de zenuwvezel niet bedekt. Dat vrij liggende deel van het celmembraan van die vezel, tussen twee van die myelinesegmenten, heet de knoop van Ranvier.

Binnen de cel

In rusttoestand is het celdeel binnen het axon negatief geladen met een potentiaal verschil van 70 mV (millivolt) ten opzichte van buiten de cel. Binnen de cel bestaat een hoge concentratie van bepaalde geladen moleculen die we ionen noemen. Het gaat om de kaliumionen, organische negatief geladen moleculen, de anionen (dat wil zeggen negatief geladen ionen). Een zogenaamd kation is geen poes, maar een positief geladen deeltje. Daarentegen is een anion een negatief geladen deeltje.

Buiten de cel

Buiten de cel is er een hoge concentratie van twee andere deeltjes, de natrium- en chloride-ionen. Transport van ionen door het membraan van de vezel is mogelijk op drie verschillende wijzen.
1. Bepaalde gaatjes in de membraan die ionkanalen heten. De volledige naam is: voltage gated ionkanalen. Zo heten ze omdat veranderingen van de potentiaal over de zenuwvezel deze kanalen kan openen.
2. Er is in de zenuwcelmembraan ook een bepaalde pomp die de natrium-kaliumpomp heet. Deze pomp zorgt ervoor dat de natriumionen de cel uitgepompt en de kaliumionen de cel inpompt worden. Dat gaat in een verhouding van 3:2. Drie natriumionen de cel uit en twee kaliumionen de cel in.
3. Tenslotte is er een passieve stroom die zo’n beetje vanzelf gaat doordat kleine niet-organische ionen de cel in- of uitdruppelen, afhankelijk van de verschillen van de concentratie en de potentiaal verschillen.

DELEN

LAAT EEN REACTIE ACHTER